Bereiden van vlees, eiergerechten, doorkoken van bijvoorbeeld soep of vlees in saus en snel ontdooien. Ontdooien, stoven en sudderen. Warmhouden van gerechten, zacht maken van boter en ijs, langzaam ontdooien en ontdooien van gevoelige producten, zoals vis. Een magnetron verwarmt het eten…
« read »